Over zelfsturing is al veel gezegd, geschreven, onderzocht en benoemd. En op de een of andere manier wordt zelfsturing vaker in verband gebracht met hoe wij omgaan met tijd. Zo beschreef Arnold Cornelis in ‘De vertraagde tijd’ het zelfsturend vermogen van de mens als medicijn voor de 21ste eeuw. Het doorbreken van de afhankelijkheid van de externe tijd, en het (opnieuw) afstemmen op de interne klok noemt Cornelis “revanche van de geest, als vermogen tot zelfsturing en tot communicatie”.

Joke Hermsen benoemt in haar onderzoek naar tijd dat het kiezen voor Kairos (god van het juiste moment), in plaats van meerennen met Chronos (god van de lineaire, meetbare tijd) mensen weer toegang geeft tot hun vermogens. Zowel het vermogen tot meeleven als het vermogen zichzelf en de omgeving elk moment te (her)-scheppen. Alles is nieuw.

Ook wetenschappers hebben dit fenomeen onderzocht. Iedereen heeft denk ik wel van Einstein gehoord en kent de film ‘What the bleep do we know’, waarin vanuit de kwantumfysica wordt beschreven, dat de realiteit die wij als vast en statisch denken waar te nemen, energie is! Dat de vormen, zoals wij die waarnemen, in feite een reflectie zijn van ‘hoe wij denken dat de wereld in elkaar zit’.

Dat je als mens de keuze hebt deze realiteit te beïnvloeden op het moment dat je stopt met meerennen in de rat-race, vind ik heel interessant. Het spannende is dat veel van bovengenoemde inzichten inmiddels bevestigd worden door de allernieuwste resultaten van geavanceerd natuurwetenschappelijk onderzoek.

Deze ‘logische omkering’ van de externe tijd naar onze interne klok, en de ruimte die dat geeft, herken ik ook steeds meer in mijn eigen omgeving. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Daglicht’ van Judith Herzberg, dat op mijn bureau staat. Daar beschrijft zij het gevoel van rust, orde en vertrouwen wat je overvalt als je de tijd los laat. Op het moment dat je even stopt met verbeteren, versnellen en veranderen. Het moment dat je als het ware wakker wordt en je je zintuigen openzet voor wat je waarneemt:

‘Nu alles is zoals het is geworden,
nu alles is zoals het is
komt het, hoewel, misschien hoewel,
tenslotte nog in orde.

Omkering

Ook in organisaties lijkt het besef van goede afstemming op de gelegenheid in het moment, als toegang tot de creativiteit en vermogens, steeds meer door te dringen. De U-theory wordt algemeen toegepast en het onderzoek van Frederic Laloux geeft voorbeelden van organisaties die deze kennis toepassen in hun bedrijf.

Zelf heb ik de omkering van externe naar interne tijd ook mogen ervaren toen ik onderdeel was van een team en we verantwoordelijk waren voor verschillende klussen. Het was gewoon ‘werk’ wat gedaan moest worden. Maar we lieten het ‘werk’ los. In plaats van hard te ‘werken’, deden we wat we deden. Dus als ik met stenen in mijn kruiwagen de berg af liep, was dat wat ik deed. Dat had het label ‘werk’ helemaal niet nodig. Ik deed het gewoon, zonder dat ik me bewust was van ‘het werk’ en van de tijd. Ik wist hoe ik de kruiwagen in balans moest houden, hoeveel stenen erin konden, en hoe ik mijn performance kon verbeteren. Dat ging vanzelf. Ook bij de anderen. Zo kwamen vermogens als behendigheid, inzicht, kracht, coördinatie, vooruit denken, plezier, lichtheid, als vanzelf naar voren. We vulden elkaar woordeloos aan. Soms werd ik moe en koos ik ervoor om uit te rusten. Even zitten, rug rechten, benen strekken en naar het roodborstje kijken dat elke keer langskwam. Op een bepaald moment had ik als vanzelf weer zin om een handeling te verrichten. Het grappige was dat we dit zonder af te spreken allemaal deden. Goed afgestemd op de eigen grens. Zorgdragend voor de gezamenlijke energie. Wat er gebeurde was dat we allemaal steeds beter werden in wat we deden. We vonden de slimste manieren uit om iets te doen. Als er iets mis ging, stelden we met groot gemak bij of we lastten een pauze in. Even later ging het dan weer goed, niks aan de hand. We hadden het er niet meer over, we deden gewoon.
We kregen een ‘wij-gevoel’ als superteam, we noemden onszelf ‘The Robin-Team’. Vanaf dat moment liep alles weer stroef. Externe beelden over succes en bonussen ‘gingen aan’. Over en weer bemoeiden we ons met elkaar. Opnieuw was de les: laat die externe prikkels voor wat ze zijn, stem af op de gelegenheid! In een bescheiden afgestemd zijn op de eigen interne klok, de handeling en het dienend zijn naar elkaar. En toen draaide ‘het’ weer en vonden we direct de ruimte, de flow en het gevoel van tijdloosheid in ons werk. We werden soepel en licht en genoten van wat we aan het doen waren. In de stilte van het samenzijn, in het vertrouwen dat de handen wisten wat ze moesten doen, in het luisteren naar wat nodig was en in de overgave aan het oppakken daarvan.
Daarmee is voor mij het bewijs geleverd dat het ook écht kan in een team. De vermogens vrij laten komen en in flow werken. Misschien wel door het toepassen van ‘de logische omkering’, waarvoor je zelf de sleutel bent. Door deze ‘zelf-sturing’ bleek werk niet langer een last, maar een lust én een plek waar je jezelf helemaal kunt ontwikkelen. Dat te ervaren heeft ons en onze omgeving verrijkt en op een hoger plan gebracht.