Gisteren had ik een gesprekje met studenten over goed en slecht en het welzijn van alle betrokkenen op de lange termijn. Oftewel ethiek. En wat ik zo leuk vond om te merken was dat ze echt zoeken hoe ze in deze tijd ‘goed’ kunnen doen. De grootste frustratie zat in de kleding. ‘Hoe kunnen we nu goede kleding kopen, kleding die niet door kinderhanden gemaakt is, zonder daar een kapitaal voor uit te hoeven geven?’ En dan nog. ‘Stel dat ik een heel duur shirt koop bij Boss, weet ik nóg niet of het schoon is’. Waar moet je beginnen. De bereidheid om ‘goed’ te doen is er zeker wel. Resulterend in een gevoel van onmacht en lamlendigheid bij de een, strijdlust en ‘het moet allemaal anders’ bij de ander en nuchtere stellingname ‘ik doe het gewoon zo’ bij een derde. Zonder in christelijk moraalridderschap te vervallen ben ik deze vragen met hen gaan onderzoeken. We maakten kennis met Aristoteles en het cultiveren van deugden (prudent– wat een mooi woord), Kant en zijn vertrouwen in de autonome redelijkheid van de mens. En Machiavelli. Deze laatste leverde het meeste gespreksstof op. Hij stelt dat je de nu eenmaal aanwezige egoïstische drijfveer in de mens niet moet indammen, maar juist moet inzetten voor persoonlijk belang en organisatie belang. Dit creëert ijverige werknemers die er elke keer voor gaan en elkaar proberen te overtroeven in ondernemingslust. Misschien moet het boek van Joep Schrijvers ‘Hoe wordt ik een rat’ op de lijst voor ethiek. Zonder hier te lang in blijven hangen, gingen we verder met ons onderzoek. En vonden ook Jezus. Hij spreekt over liefde als hoogste goed; ‘Al ware het dat ik bergen verzette, maar ik had de liefde niet, ik ware niets’. Leuk om hier nog even de Kleine Prins bij te betrekken en zijn onderzoek naar wat dat dan is. Hij stelt: ‘alleen met het hart kun je goed zien, het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar’. Goed en slecht en het welzijn van alle betrokkenen op lange termijn is nog niet zo eenvoudig te bepalen. De studenten vroegen: ‘Hoe doet u dat dan mevrouw?’ Die dag had ik een groen jasje aan waar ik al heel wat complimentjes op had gekregen omdat het zo goed bij mijn ogen kleurde. Ik heb dat gebruikt als voorbeeld van één van mijn 100 kleine keuzes op een dag. Ik vertelde dat het jasje uit de zak van de buurvrouw kwam. Zij had haar kasten opgeruimd en wij konden uitzoeken wat ons paste. Zo kon ik het consumentisme een beetje indammen en duurzaam gebruik maken van wat er gewoon is. Ik vertelde over de vriendin die vanuit verwondering haar kinderopvang leidt en wat voor een rust en ruimte dat brengt in het gebouw, bij de ouders én de kinderen. Ik vertelde over Mark Vlasblom en het voorbeeld van groeiend respect binnen het ROC. En ik vertelde over ons landgoed in Frankrijk waar we o.a. door permacultuur nu een overvloed aan biodiversiteit zien ontstaan. En ineens realiseerde ik me mijn plek als leider en docent. Dat je een rolmodel bent. En je mede door keuzes vorm geeft aan het toekomstige welzijn van meerdere betrokkenen op de lange termijn. Hoe mooi het is om hierover het gesprek aan te gaan met elkaar. Waar kies je voor?
Bron: Krabbe, H. (2011) Communicatieprofessionals en ethiek. Pg 96-110 Den Haag: Boom Lemma I Korintiërs 13: 2
Antoine de Saint-Exupery (2014) De Kleine Prins. Donker B.V., Uitgeversmaatschappij Ad.