Ik zat in de trein, verzonken in mijmeringen over spiegels en projecties en hoe kwetsbaar het is om de ander als jezelf te zien. Laat staan toe te staan. Toen de conducteur omriep dat we bij station Ede-Wageningen waren. Dat er om 9:15 uur een stoptrein naar Amersfoort zou vertrekken van spoor 3 er dat er ook nog een andere trein klaar stond. Op spoor 4.
Ik had de neiging om mijn oren te sluiten. Ik was net zo lekker bezig in mijn gedachten. Verstoord keek ik op. Doordenken had geen zin. Ik was van mijn denkpaadje gehaald.
Ik had de neiging om mijn oren te sluiten. Ik was net zo lekker bezig in mijn gedachten. Verstoord keek ik op. Doordenken had geen zin. Ik was van mijn denkpaadje gehaald.
Oké dan. Ik gaf me over en liet mijn mijmeringen over spiegels en projecties los. Haalde adem en keek eens rond. Ik zag de mensen om me heen en keek door het raam naar buiten. Waar was ik eigenlijk? En wat was het eigenlijk mooi weer.
De wereld trok open. Dankbaar voor de waarneming van alles wat nog meer is, reed ik verder. Realiserend dat de conducteur me net een spiegel had voorgehouden. Mijn gedachtenwereld een fragment van wat IS.
Is dit wat Frederic Laloux in zijn boek ‘Reïnventing Organizations’ bedoelt met de overgang van ‘oranje-, groen bewustzijnsniveau’ naar ‘evolutionair-cyaan bewustzijnsniveau’? Wanneer we leren ons ‘zelf’ los te zien van ons Eigen ego? Hij stelt, dat als ons dat lukt, we kunnen zien dat ons ego bepaald wordt door angsten, ambities en verlangens.
Is dat zo? Waren mijn gedachtenspinsels een project op weg naar het vervullen van mijn verlangens? Was ik bezig de realiteit te manipuleren en zo naar mijn hand te zetten dat het een voor mij gewenste situatie zou zijn? Lastige vragen, maar toch. Ik hield mijzelf de spiegel voor. En als ik even verder keek dan mijn eerste afweer, ontdekte ik in mijn gedachtenspinsels inderdaad een klein belang. Met de concentratie van een jager, had ik de staart van het beestje te pakken. En toen ik beter keek, bleek het beestje toch ook wel een groot belang ; )
Dit gaf mij de keus. Mijn belang vasthouden en ervoor gaan, of loslaten en iets groters de ruimte geven. Wat wil? Ik waagde de sprong. En opnieuw kwam ik aan in het moment en opende zich de wereld. Volgens mij stak ik hiermee de kloof over die Laloux beschrijft in zijn boek. Terwijl de trein verder reed, bedankte ik de verstoring. En stelde ik me open voor werelden die ik zelf niet had bedacht.
Bron: Laloux, Frederic (2015). Reinventing Organizations. Lannoo nv, Tielt & Het Eerste Huis, Haarzuilens